Geschiedenis Antisemitisme

Geschiedenis antisemtisme in Europa

 

Een paar punten uit de loop van de Europese geschiedenis m.b.t. anitsemitisme:

 

In de volgende jaren (van de Gewone Jaartelling) gebeurde o.a. het volgende:

175  

De term ‘Oude Testament’ voor het eerst gebruikt door de bisschop van Sardis.

200   

Keizer Severus verbiedt toetreding tot het Jodendom. Kerkvader Origenus formuleert in een reactie voor de eerste maal de vervangingstheologie: “Wij mogen er vertrouwen in hebben dat de Joden niet naar hun eerdere situatie terugkeren, want zij hebben de meest verschrikkelijke van alle misdaden begaan, door een samenzwering te beginnen tegen de Redder van het menselijke ras. Daarom moest de stad waar Jezus' lijdde wel worden verwoest, moest de Joodse natie uit haar land worden verdreven en moest een ander volk door G’d worden geroepen voor de gezegende uitverkiezing”. Ook de kinderdoop binnen christelijke jerken is hier uit voort gekomen.

306  

Op de Christelijke Synode van Elvira wordt het christenen verboden om samen met Joden te etente leven of hen te huwen.

312  

In navolging van zijn moeder Helena, ‘bekeert’ de nieuw aantredende Romeinse keizer Constantijn zich tot het christendom maar blijft in werkelijkheid echter tot zijn overlijden ook een aanhanger van het veelgodendom en laat zelfs munten slaan ter ere van Apollo.

315  

Constantijn geeft een serie anti-Joodse edicten uit, waaronder een verbod op toetreding tot het Jodendom.

321  

Constantijn roept de zondag, de dag van de aanbidding van mitra de zonnegod, uit tot de officiële (christelijke) rustdag in plaats van de Shabbat uit anti-semitische overwegingen. Het decreet luidt als volgt: “Keizer Constatijn aan A.Helpidius. Alle rechters, stadsbewoners en alle werknemers moeten rusten op de meest eerbiedwaardige dag van de ZON. Boeren mogen vrij en ongehinderd zijn in het bewerken van het land….

325  

Tijdens het Concilie van Nicea worden maatregelen genomen tegen het groeiend aantal ketterijen. In Nicea wordt de Geloofsbelijdenis van Nicea aanvaard en worden belangrijke dogma's (o.a. Godheid van Jezus en leer van de Drie-eenheid) vastgelegd. Over de scheiding van (het Joodse) Pesach en sterfdag van Jezus werd toen gezegd, "want het zou buiten elke maatstaf ongepast zijn als wij op het heiligste van alle feesten de gewoonten van de Joden zouden volgen. Laten wij daarom niets gemeen hebben met dat afschuwelijke volk". (Eusebius de geschiedschrijver van die tijd heeft al de ontwikkelingen rond het ontjoodsen van de kerk duidelijk opgeschreven. ) Dit gedeelte staat in: Het leven van Constatijn 3.18-19 (Niceaanse en na-Niceaanse Vaders, Tweede serie, 1:524-525)

338  

De christelijke kerk vervangt de Joodse kalender door de zonnekalender.

387  

De in Antiochië (Syrië) woonachtige kerkvader Johannes Chrysostomus begint een langdurige haat- en geweldcampagne tegen de Joden en de 'Jehoedaïzanten'.

388  

Opgehitst door hun bisschop steken christenen de synagoge van Callinicum (Mesopotamië) in brand. De Romeinse keizer Theodosius I eist vervolgens van de bisschop dat die het gebouw laat herstellen en de daders straft. In een bezwaarschrift aan de keizer schrijft de bisschop van Milaan, (Sint!) Ambrosius (339-397) daarop: "zij die synagoges beschermen zijn bondgenoten van de Joden en derhalve vijanden van Christus". Daarop trekt Theodosius zijn bevel weer in en heeft de kerk het laatste woord. De theoretische scheiding tussen de kerk en synagoge die in Nicea werd neergelegd is nu wet voor de christelijke machthebbers. Het incident in Callicium symboliseert de overwinning van het kerkelijk antisemitisme.

418  

Bisschop Severus van Majorca eist, op straffe des doods, dat de Joden op het eiland zich tot het christendom bekeren. Sommigen ontsnappen, anderen vechten zich dood en 540 zwichten De later heilig verklaarde Jerome, de vertaler van de Bijbel in het Latijn (de Vulgaat), schrijft over de synagoge: "Als je het een bordeel noemt, een hok van ontucht, de schuilplaats van de duivel, het fort van Satan, een afgrond met iedere voorstelbare catastrofe, of wat men ook wil; dan zegt men nog minder dan hetgeen het verdient".

576   

Christenen verwoesten de synagoges in de Franse stad Clermont-Ferrand. De plaatselijke bisschop dwingt ruim 500 Joden zich te laten dopen. De anderen vluchten naar Marseille.

582

De Frankische koning Chiperic wend, zonder veel succes, vrijwel alle middelen aan om de Joden in zijn rijk tot de christelijke doop te dwingen. Uiteindelijk laat hij de niet gevluchtte Joden kiezen tussen het uitsteken van hun ogen of de doop.

653

De Raad van Toledo geeft een reprimande aan het Spaanse koninklijke hof omdat het geen maatregelen treft tegen de Joodse religie, waarbij men specifiek doelt op heimelijke Joodse praktijken van ‘crypto-Joden’’ – personen die zich uitsluitend voor de vorm hebben laten dopen. Volgens koning Recceswinth zijn alle bekeerde Joden echter loyale christenen. Wel kondigt de koning een verbod af op de besnijdenis en op het houden de sjabbat en de Joodse feestdagen.

1021

Nadat Rome op Goede Vrijdag is getroffen door een aardbeving worden groepen Joden gearresteerd en ervan beschuldigd een hostie met een spijker te hebben doorstoken. De arrestanten worden gemarteld waarna ze bekennen en vervolgens op de brandstapel worden gebracht. Het ontheiligen van de hostie wordt in de eeuwen hierna een veel voorkomende beschuldiging die uiteindelijk duizenden Joden het leven kost.

1190

In Engeland breken anti-Joodse rellen uit. In York leidt dat tot de collectieve zelfmoord van een groep in doodsnood verkerende Joden. De rest van de Joodse gemeenschap, circa 500 mensen, wordt vervolgens door de christenen gedood

1215

Het Vierde Lateraanse Concilie (onder paus Innocentus III) beslist dat Joden speciale kleding moeten dragen opdat zij zich van christenen onderscheiden. Tevens wordt het Joden verboden publieke functies te vervullen of aan universiteiten te studeren; mogen Joden geen zaken meer doen met christenen die zich niet aan de kerkregels houden en mogen Joodse bekeerlingen tot het christendom geen enkele Joodse rite meer handhaven. In dat jaar werd de dogma aanvaardt dat de hostie daadwerkelijk zou veranderen in het lichaam van Jezus. Deze dogma resulteerde er in dat duizenden joden werden vermoord. De joden zouden de nu getransformeerde hostie martelen en zo Jezus opnieuw kruisigen. Zo werden in 1243 alle joodse inwoners verbrand nadat ze ervan waren beschuldigd de hostie te hebben gemarteld.

1268

Vernietiging van de Joodse gemeenschap in het Italiaanse Trani (nabij Bari). Synagoges worden in kerken veranderd.

1270

Massamoord op de Joodse gemeenschappen in het Duitse Weissenberg, Magdeburg, Sinzig en Erfurt.

1285

De Joden van München worden collectief beschuldigd van ‘rituele moord’ op een christen, allemaal opgesloten in hun synagoge en daarin levend verbrand.

1290

Alle Engelse Joden worden uit hun land verbannen (deze maatregel duurt tot 1655) en hun bezittingen geconfisceerd.

1348-1349

De pest hield huis in Europa. De joden kregen de schuld (ondanks het feit dat de pest ook hen raakte). Ze zouden de waterbronnen hebben vergiftigd met een mengsel van spinnen, hagedissen en harten van christenen. Honderdduizenden ‘christenen’ geloofden deze leugen en duizenden joden werden door woedende menigten afgeslacht.

1546

Martin Luther, teleurgesteld over het feit dat de Joden niet tot het door hem vormgegeven protestantisme willen overgaan, publiceert zijn rabiaat antisemitische 'Over de Joden en hun Leugens'. In het boek wordt onder andere gepleit voor het in brand steken van synagoges en Joodse woningen; het in beslag nemen van gebedenboeken en het verbieden van Joods religieus onderwijs. Hij schreef: “ Verbrandt hun synagogen en scholen, wat niet wil branden, begraaf dat in de grond zodat er geen stenen of rommel overblijft. Breek op dezelfde manier  in hun huizen en vernietig ze. Neem weg hun gebedsboeken en Talmoeds waarin niets anders dan goddeloosheid staat en leugens, vloeken en zweren. Verbied hun rabbi’s te leren over pijn in lijf en leden. Verbied ze te reizen, wat ze ook zijn, landheer, hoogwaardigheidsbekleder of koopman ze moeten thuis blijven”

1819

Na het verlenen van economische en burgerrechten aan Joden breken in Duitsland op grote schaal gewelddadige anti-Joodse rellen uit. De strijdkreet is 'Hèp! Hèp!', een slogan die ook door de kruisvaarders werd gebruikt, ontleend aan de eerste letters van de woorden Hierosolyma est perdita ('Jeruzalem is verloren')

1827

In een poging de Joden te de-Jehoedaïseren verplicht de Russische Tsaar Nicolaas I alle Joodse mannen in zijn rijk om 25 jaar in het leger te dienen. Joodse jongens vanaf twaalf jaar vallen onder de regeling. In de kazernes worden ze gedwongen varkensvlees te eten en het christendom te aanvaarden. De wet blijft van kracht tot 1874 en vernietigd twee hele Joodse generaties.

1939-1945

De Holocaust (Sjoa) kost het leven aan ruim zes miljoen Europese Joden, waarvan anderhalf miljoen kinderen. Het grootste deel van de Nederlandse-Joodse gemeenschap komt om. Hitler gebruikte geschriften van o.a. Luther om zijn werk te rechtvaardigen.

1945-46

In na-oorlogse pogroms vermoorden Poolse antisemieten bijna 500 Joden.

Information icon

We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden

Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.